Nadat een toets is gemaakt door een deelnemer en deze is nagekeken, krijgt elke deelnemer een score. Hoogstwaarschijnlijk vertaalt deze score niet direct naar het resultaat van de deelnemer. Vaak moet het cijfer nog berekend worden aan de hand van deze score. In sommige gevallen wordt de score eerst gecorrigeerd, voordat een cijfer berekend wordt, bijvoorbeeld bij het gebruik van een gokcorrectie. In dit artikel worden alle mogelijkheden voor het berekenen van een cijfer beschreven. Als je voorbeelden wilt zien van verschillende cijferberekeningen, dan kun je dit artikel lezen.
Volg onderstaande stappen om de mogelijkheden voor cijferberekening voor je toets te zien.
- Klik op jouw Schoolnaam in het menu aan de linkerkant.
- Klik op menu_book Vakken in het menu bovenin.
- Selecteer je vak of gebruik de zoekbalk.
- Selecteer je toets of gebruik de zoekbalk.
- Klik op settings Instellingen in het menu bovenin.
- Klik op Cijferberekening in het menu links.
Indien gewenst kun je hier de methode voor cijferberekening aanpassen. Dit kan zowel voor als na de afname van de toets gedaan worden.
Ans biedt vier mogelijke opties voor de berekening van cijfers: formule, cesuur (beta), tabel of geen. Je kunt de gewenste optie kiezen door op de tabbladen te klikken.
lightbulb_outline Een standaardwaarde is altijd zichtbaar in het menu voor cijferberekening, ook als er niets is veranderd in je toets. De standaardmethode is op schoolniveau vastgesteld door de beheerder van je school.
Methode 1: cijferberekening met formule
Methode 1: cijferberekening met formule
De formule methode stelt je in staat om de cijferberekening te maken aan de hand van twee variabelen:
- Behaalde punten: het aantal punten dat is verdiend door de deelnemer
- Totale punten: het totaal aantal punten dat kan worden verdiend door een deelnemer voor de toets
Er zijn meerdere functies en operators beschikbaar die gebruikt en gecombineerd kunnen worden om de formule te maken. Hieronder is een overzicht toegevoegd met uitleg. Het is mogelijk om haakjes te gebruiken om de volgorde van de berekening van de formule, te bepalen. Voor de tekstuele functies zijn alleen de Engelstalige termen beschikbaar.
Wiskundige operators
| Operator/functie | Uitleg |
| + | Telt twee variabelen bij elkaar op |
| - | Trekt twee variabelen van elkaar af |
| * | Vermenigvuldigd twee variabelen |
| / | Deelt twee variabelen |
| ^ | Kwadrateert twee variabelen |
Logische functies
| Operator/functie | Uitleg |
| IF |
Met een IF functie kun je verschillende cijferberekeningen invoeren voor verschillende situaties. Je kunt deze functie gebruiken om de cijferberekening van een score onder een bepaalde grens en boven een bepaalde grens in te voeren. De IF functie bevat drie delen, gescheiden door komma's en geplaatst tussen haakjes. Eerst wordt de vergelijking gegeven, vervolgens de waarde indien de vergelijking waar is en tot slot de waarde indien de vergelijking onwaar is. IF(vergelijking, waarde_als_waar, waarde_als_onwaar) |
| AND |
Met een AND functie kun je controleren of een waarde aan meerdere voorwaarden voldoet. Het geeft waar of onwaar als waardes terug. De functie werkt goed in combinatie met een IF functie. De AND functie bevat alle voorwaarden die gecontroleerd moeten worden, gescheiden door komma's. Het geeft alleen 'waar' terug wanneer alle voorwaarden waar zijn. Er is geen limiet voor het aantal voorwaarden dat je wil laten controleren. AND(voorwaarde_1, voorwaarde_2, voorwaarde_n) |
| OR |
Met een OR functie kun je controleren of een waarde aan minimaal 1 opgegeven voorwaarde voldoet. Het geeft waar of onwaar als waardes terug. De functie werkt goed in combinatie met een IF functie. De OR functie bevat alle voorwaarden die gecontroleerd moeten worden, gescheiden door komma's. Het geeft 'waar' terug wanneer een van de voorwaarden waar is. Er is geen limiet voor het aantal voorwaarden dat je wil laten controleren. OR(voorwaarde_1, voorwaarde_2, voorwaarde_n) |
Vergelijking operators
Vergelijking operators kunnen gebruikt worden in combinatie met logische functies die hierboven beschreven staan. Je gebruikt deze om gedrag van een deel van de formule te bepalen. indien de IF functie wordt gebruikt in combinatie met de < en > operatoren, maak je het mogelijk om voor zowel het deel boven als het deel onder de cesuur een cijfer te berekenen. Het resultaat van een vergelijking operator is waar of onwaar.
| Operator/functie | Uitleg |
| < | Minder dan. Controleert of de waarde aan de linkerkant kleiner is dan de waarde aan de rechterkant. |
| > | Groter dan. Controleert of de waarde aan de linkerkant groter is dan de waarde aan de rechterkant. |
| <= | Minder dan of gelijk aan. Controleert of de waarde aan de linkerkant kleiner is dan of gelijk is aan de waarde aan de rechterkant. |
| >= | Groter dan of gelijk aan. Controleert of de waarde aan de linkerkant groter is dan of gelijk is aan de waarde aan de rechterkant. |
| != | Niet gelijk aan. Controleert of de waarde aan de linkerkant niet gelijk is aan de waarde aan de rechterkant. |
| = | Gelijk aan. Controleert of de waarde aan de linkerkant gelijk is aan de waarde aan de rechterkant. |
Numerieke functies
| Operator/functie | Uitleg |
| MIN | MIN geeft de kleinste waarde uit een opgegeven reeks weer. |
| MAX | MAX geeft de grootste waarde uit een opgegeven reeks weer. |
| ROUND |
Wanneer je ROUND voor een (deel van) de formule gebruikt, dan wordt deze afgerond naar het dichtstbijzijnde decimaal. Dit kan zowel afronden naar boven als naar beneden zijn, afhankelijk van het dichtstbijzijnde decimaal. De ROUND functie bestaat uit twee delen, de berekening en het aantal decimalen dat gebruikt wordt. Deze twee delen worden gescheiden door een komma en staat tussen haakjes. Wanneer je 0 invoert bij decimalen, dan rond de formule af op hele getallen. ROUND(berekening, # decimalen) |
| ROUNDUP |
ROUNDUP werkt op dezelfde manier als ROUND, behalve dat (het deel van) de formule altijd naar boven afrond. ROUNDUP(berekening, # decimalen) |
| ROUNDDOWN |
ROUNDDOWN werkt op dezelfde manier als ROUND, behalve dat (het deel van) de formule altijd naar beneden afrond. ROUNDDOWN(berekening, # decimalen) |
De standaard formule die wordt gebruikt in Ans is: 1 + 9 * punten / totaal. Dit vertaalt de score in een cijfer op een schaal van 1 tot 10.
Gebruik de formule in Ans
Als je er voor kiest om de formule methode te gebruiken in Ans moet je de volgende velden invullen:
-
Afronding
Cijfers worden opgeslagen met drie decimalen. Daarna wordt het cijfer afgerond volgens de geselecteerde afrondingsoptie.Voorbeeld:
Een berekening kan resulteren in een cijfer van 5,734985…
Ans slaat dit op als 5,735.
In het keuzemenu kun je bepalen hoe het eindcijfer moet worden afgerond. De opties zijn:- Twee decimalen
- Eén decimaal
- Halven
- Hele getallen
Standaard worden behaalde punten naar beneden afgerond, zodat studenten hun eindcijfer niet te hoog inschatten en onnodig bezwaar indienen.
Het is belangrijk om te benadrukken dat standaard alleen de punten naar beneden worden afgerond - niet het eindcijfer. Het eindcijfer wordt afgerond volgens de gekozen afrondingsoptie.
Standaard afrondingsregels gelden:
- Waarden van 0,5 of hoger worden naar boven afgerond.
- Waarden lager dan 0,5 worden naar beneden afgerond.
Voorbeeld:
Als een student een berekend cijfer van 5,734985… krijgt, slaat Ans dit op als 5,735 en rondt vervolgens als volgt af:- 5,74 (afgerond op twee decimalen)
- 5,7 (afgerond op één decimaal)
- 6 (afgerond op een heel getal)
Als je afrondingsfuncties gebruikt in je formule, adviseren we om hetzelfde aantal decimalen te hanteren als je gekozen hebt in het afrondingsmenu. Dit voorkomt verwarring of ongewenste afrondingsverschillen. In het artikel voorbeelden van cijferberekeningen is een voorbeeld opgenomen.
-
Formule voor cijferberekening
Je kunt hier je formule invullen gebaseerd op de parameters, functies en operators zoals hierboven vermeld.
-
Gokcorrectie
Selecteer het selectievakje ‘Gokcorrectie’ om de gokcorrectie voor de toets in te schakelen. Het selectievakje is alleen zichtbaar als je toets bestaat uit vragen waarop de gokcorrectie kan worden toegepast. Onder het selectievakje 'Gokcorrectie' heb je de mogelijkheid om de gokcorrectie te beperken tot nul. Deze optie kan worden gebruikt voor toetsen die zowel gesloten vragen als open vragen bevatten. Ten slotte heb je de mogelijkheid om gokcorrectie alleen toe te passen op beantwoorde vragen. Met deze optie ingeschakeld, zullen onbeantwoorde vragen geen gokcorrectie krijgen. Meer informatie is te vinden in het artikel over gokcorrectie.
-
Limiteer het laagste cijfer
Als dit vakje wordt aangevinkt, dan kun je hier het laagste cijfer voor de toets invullen. De standaard is ingesteld op 1. Als dit vakje niet is aangevinkt, dan is het mogelijk dat deelnemers een negatief cijfer krijgen. Dit kan voorkomen als deelnemers negatieve punten voor vragen hebben gekregen, of in enkele specifieke gevallen als de gokcorrectie is ingeschakeld.
-
Limiteer het hoogste cijfer
Als dit vakje wordt aangevinkt, dan kun je hier het hoogste cijfer voor de toets invullen. De standaard is ingesteld op 10. Als dit vakje niet is ingeschakeld, dan kan het voorkomen dat deelnemer een hoger cijfer krijgen dan gewenst. Dit kan voorkomen als de punten van een vraag naar bonus worden aangepast. Het kan ook voorkomen als een deelnemer meer punten voor een vraag krijgt dan het maximum aantal punten voor die vraag (als deze optie is ingeschakeld voor deze vraag).
-
Slagingscijfer
Het slagingscijfer is het cijfer dat telt als de drempel voor het halen van de toets. Alle deelnemers met een afgerond cijfer lager dan het slagingscijfer hebben de toets niet gehaald. Deze informatie wordt gebruikt om het slagingspercentage van de toets vast te stellen.
Klik altijd op Bijwerken als je wijzigingen doorvoert om deze op te slaan.
Je kunt ook variabelen gebruiken in je formule. Lees in dit artikel meer over deze variabelen.
Methode 2: cijferberekening met cesuur (beta)
Methode 2: cijferberekening met cesuur (beta)
De cesuur is een cijferberekeningsmethode waarmee je de score kunt instellen die nodig is om voor een toets te slagen. In plaats van een formule te gebruiken, definieer je een grenspunt: studenten die op of boven dit punt scoren, krijgen een voldoende, en studenten die daaronder scoren krijgen een onvoldoende. De cijfers worden lineair over beide bereiken verdeeld, waardoor er een duidelijke en voorspelbare verdeling van de cijfers is. Meer informatie over het gebruik van deze cijferberekeningsmethode vind je in dit artikel.
Methode 3: cijferberekening met een tabel
Methode 3: cijferberekening met een tabel
De derde cijferberekeningsmethode is aan de hand van een tabel. De tabel kan handmatig aangemaakt worden, of geïmporteerd worden vanuit een CSV-bestand. In het scherm zie je de volgende knoppen en velden:
-
Afronding: kies de gewenste afronding van het cijfer. Dit kan zijn:
- Twee decimalen
- Eén decimaal
- Halven
- Hele getallen
Elke rij in de tabel kan worden gezien als een drempel. Een deelnemer moet minimaal het aantal punten van een rij hebben om het overeenkomstige cijfer te krijgen. In het voorbeeld hieronder ontvangt een deelnemer die 2.5 punten heeft gekregen een 2 als cijfer, aangezien het aantal punten van de volgende rij (3 punten) niet gehaald zijn.
-
Importeer: Het is mogelijk om een tabel te importeren die je buiten Ans hebt gemaakt. Een tabel kan worden geïmporteerd in een csv-bestand met tenminste de kolommen 'Punten' en 'Cijfers'. Daarnaast kun je ook 'Letter waardering' toevoegen als een derde kolom. Een template kan gevonden worden in het scherm dat opent als je op Importeren klikt.
-
Exporteer: Als je een tabel hebt gemaakt welke je wilt hergebruiken voor andere doeleinden of in andere toetsen, dan kun je ervoor kiezen deze te exporteren. Er moet minimaal 1 rij aanwezig zijn in de tabel om deze knop te activeren.
- Voeg rij toe: Om een rij handmatig toe te voegen aan de tabel klik je op deze knop en vul je het aantal punten met overeenkomstig cijfer in. Daarnaast kun je hier een letter waardering toevoegen, zoals voldoende of onvoldoende. Klik op het more_vert- icoon naast de rij om deze te bewerken of te verwijderen.
Belangrijk: als je enkel 1 rij toevoegt aan de tabel, dan krijgt elk resultaat van de toets dit cijfer. Bijvoorbeeld, als je één rij toevoegt met 5 als het aantal punten en een 5 als cijfer, dan maakt het niet uit hoeveel punten een deelnemer heeft, er wordt dan altijd een 5.5 als cijfer toegekend. Om dit te voorkomen moeten er minimaal twee rijen worden toegevoegd aan de tabel.
Methode 4: geen cijferberekening
Methode 4: geen cijferberekening
De vierde en meest gemakkelijke mogelijkheid om te beschrijven is de methode Geen. Als er geen methode voor cijferberekening wordt gebruikt, wordt de score niet vertaald in een cijfer. Er is dan geen cijfer zichtbaar in andere plekken van het platform waar anders wel een cijfer getoond wordt. Voorbeelden hiervan zijn het Resultaten overzicht en de inzage van de resultaten.
Verschillen tussen de methodes voor cijferberekening
Verschillen tussen de methodes voor cijferberekening
Er zijn verschillen tussen het gebruiken van de tabel en formule methodes. Er zijn redenen waarom het gebruik van een tabel beter is en vice versa. In dit gedeelte van het artikel worden verschillende situaties toegelicht.
-
Gerandomiseerde toetsen
In het geval van gerandomiseerde toetsen is de methode van cijferberekening aan de hand van een formule vrijwel altijd de beste manier om het cijfer te bepalen. Omdat elke deelnemer verschillende vragen kan krijgen, kan de gokcorrectie voor de toets voor elke deelnemer verschillen. Daarnaast kan het maximaal aantal punten per deelnemer verschillen. De formule maakt gebruikt van de variabele 'totaal' als het maximaal aantal punten per deelnemer. Vandaar dat de formule rekening kan houden met een verschillend maximaal aantal punten per deelnemer. Daarnaast wordt de gokcorrectie per deelnemer berekend bij het aanvinken hiervan.
-
Afronden van het cijfer
Afronding wordt toegepast op de formule en tabel voor cijferberekening. Voor deze cijferberekeningsmethoden gebruikt Ans de standaard afrondingsmethode:- Waarden met een decimaal deel van 0,5 of hoger worden naar boven afgerond op het eerstvolgende gehele getal.
Voorbeeld: 3,5 → 4,0 - Waarden met een decimaal deel van lager dan 0,5 worden naar beneden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Voorbeeld: 3,4 → 3,0
Voor de berekening van het cijfer op basis van de cesuur gebruikt Ans floor rounding (afronden naar beneden). Hierbij worden waarden altijd naar beneden afgerond op het opgegeven aantal decimalen.
Voorbeeld: 5,46 afgerond op één decimaal wordt 5,4 (niet 5,5).
- Waarden met een decimaal deel van 0,5 of hoger worden naar boven afgerond op het eerstvolgende gehele getal.
-
Gokcorrectie
De gokcorrectie kan voor zowel de tabel, cesuur, en formule ingezet worden. Echter, bij de formule methode is het toepassen hiervan makkelijk gedaan door het vakje aan te vinken. Voor de tabel en cesuur moet je of wel een aangepast minimaal aantal punten invoeren of een aangepast cesuur percentage.
Opmerkingen
0 opmerkingen
Artikel is gesloten voor opmerkingen.